Hogere toppen, hogere bodems, en het moment dat het stopt
Waarom mensen dit moeilijker maken dan het is
Er bestaat een hele woordenschat omheen: break of structure, change of character, interne en externe structuur. Die woorden beschrijven allemaal hetzelfde ding op een net iets ander niveau, en ze zijn nuttig als je ze al snapt en verwarrend als je begint.
Begin daarom met de kale versie. Zet op je grafiek de toppen en de bodems, en stel één vraag: ligt de laatste bodem hoger of lager dan de vorige? Dat is het. Als je die vraag consequent beantwoordt, heb je negentig procent van wat structuur je te bieden heeft.
Hoe je een swingpunt markeert
Hier valt of staat het. Als je zelf mag kiezen welke top meetelt, kloppen je toppen altijd met wat je al dacht. Daarom kies je de regel vóórdat je kijkt, en hou je je eraan op elke markt.
De regel die wij aanhouden: een top telt pas als er aan beide kanten een candle ligt die lager sluit, en een bodem pas als er aan beide kanten een hoger sluit. Dat betekent dat je een draaipunt altijd pas twee candles later weet. Op een chart van dertig minuten is dat een uur vertraging, en die vertraging is geen gebrek maar de prijs van niet vooruitkijken.
Wat er dan gebeurt is dat je veel kleine wiebels kwijtraakt, en dat is precies de bedoeling. Een grafiek met twintig toppen erop is geen structuur maar ruis met stippen.
De woorden die je tegenkomt
Zodra je hierover gaat lezen, kom je een hele woordenschat tegen. Die is minder ingewikkeld dan hij oogt: het zijn allemaal namen voor precies twee momenten.
Twee structuren tegelijk
Dit is waar de meeste verwarring zit, en het is met één plaatje op te lossen.
Dezelfde regel, twee vergrotingen over elkaar
De vuistregel: de richting komt van buiten, de instap van binnen. Zodra je die twee door elkaar haalt, wordt elke terugval een omkering en elke pauze een reden om eruit te stappen.
Structuur tegenover een zone
Deze twee worden constant door elkaar gehaald en ze doen iets heel anders. Structuur vertelt je welke kant je serieuzer neemt. Een zone vertelt je op welke prijs je dat omzet in een order.
Leg, base, leg
De volgorde is: eerst structuur, dan de zone. Een prachtige zone tegen de structuur in is een zone waar je vanaf blijft. Een middelmatige zone die met de structuur meeloopt, is de trade.
Wat structuur je niet vertelt
- Welke kant de markt op dit moment op wil
- Op welk punt dat verhaal niet meer klopt
- Of je met of tegen de beweging in handelt
- Waar je stop logisch gezien hoort
- Of de beweging genoeg volume achter zich heeft
- Of het grote geld aan dezelfde kant staat
- Hoe lang dit nog duurt
- Of je op dit tijdsframe naar ruis kijkt
Waar het misgaat
De grootste fout is de structuur op je scherm zoeken tot hij past bij wat je al wilde. Er zijn altijd wel twee punten te vinden die samen een hogere bodem maken. Kies daarom van tevoren welke toppen en bodems meetellen, bijvoorbeeld alleen die met twee candles aan elke kant, en hou je daaraan.
En verwar een gebroken structuur niet met een omkering. Eén lagere bodem betekent dat het verhaal van dat tijdsframe niet meer klopt, niet dat de markt nu de andere kant op gaat. Vaak is het een pauze op een hoger tijdsframe dat nog gewoon omhoog loopt.
Wat onze leden hierover vragen
Veelgestelde vragen
Welke toppen en bodems tellen mee?
Kies een vaste regel en hou je eraan. Een gangbare: een top telt pas als er aan beide kanten twee candles liggen die lager sluiten. Daardoor weet je een draaipunt pas twee candles later, en dat is de prijs van niet vooruitkijken.
Op welk tijdsframe kijk ik naar structuur?
Op allemaal, maar niet tegelijk. Bepaal de richting op een hoger tijdsframe en zoek de instap op een lager. Lees je de structuur op dezelfde candles als je zone, dan is er niets te zien.
Wat als de structuur op twee tijdsframes elkaar tegenspreekt?
Dan is dat de informatie. Een dalende structuur op het uur binnen een stijgende op de dag is een pauze, geen omkering. Volg het hogere tijdsframe en gebruik het lagere voor je instap.
Is dit hetzelfde als steun en weerstand?
Nee. Steun en weerstand zijn lijnen die je tekent omdat de koers er eerder draaide. Structuur is een reeks toppen en bodems met een regel eraan. Het verschil is dat de regel niet meebeweegt met wat jij hoopt.
Heb ik hier een indicator voor nodig?
Nee, en dat is een voordeel. Je hebt een grafiek nodig en het geduld om de toppen en bodems op te zoeken. Er zijn indicatoren die het aanwijzen, en die zijn handig als je al weet wat je ziet.