Wat je meet, en vanaf wanneer het iets zegt
| wat je meet | vanaf hoeveel trades |
|---|---|
| Of je je aan je plan hieldDit is het enige cijfer dat je vanaf trade één kunt gebruiken, want het gaat over jou en niet over de markt. | Meteen |
| Je gemiddelde verhoudingHoeveel je per keer ophaalt tegenover wat je riskeerde. Stabiliseert snel, want hij hangt aan je regels en niet aan geluk. | 20 |
| Je trefkansOnder de honderd schommelt dit zo hard dat je er niets aan hebt. Ook daarna blijft de spreiding groot. | 100 |
| Welke setup het beste werktVijftig trades verdeeld over vier setups zijn vier keer twaalf, en daar valt niets uit te lezen. | 100 per setup |
| Of je opzet nog werktDit is geen momentopname maar een vergelijking met je eigen backtest. Loopt het uiteen, kijk dan eerst naar de uitvoering. | 200 en doorlopend |
Waarom de uitkomst het minst interessant is
Een winnende trade kan een slechte trade zijn geweest, en een verliezende een goede. Dat klinkt als een dooddoener tot je het in je eigen cijfers ziet staan.
Daarom vraagt ons journaal bij elke trade één ding extra: deed je wat je van plan was, ja of nee. Twee knoppen. Na een paar maanden kun je die kolom naast je resultaat leggen, en dan blijkt vaak dat de trades waarin je afweek gemiddeld slechter uitpakten, ook de keren dat ze wonnen.
Dat is een cijfer over jezelf, en het is niet met een voornemen te vervangen. Het is ook het enige stuk dat een computer niet voor je kan invullen.
De vier getallen die je echt nodig hebt
Het getal waar alles op uitkomt
Trefkans en verhouding zeggen los van elkaar niets. Samen leveren ze één getal op: wat je gemiddeld per trade overhoudt. Dat heet je verwachting, en het is het enige cijfer waar je een beslissing op kunt nemen.
Twee kanten, en wat er per trade overblijft
Reken hem in R en niet in euro's. In R blijft hij vergelijkbaar tussen markten en tussen periodes, ook als je rekening ondertussen groeit of krimpt. Een trade die twee keer je risico opleverde is twee R, of dat nu veertig euro of vierhonderd was.
Ligt het aan je opzet of aan jou
Als het tegenvalt, zijn er precies twee mogelijkheden, en ze vragen het tegenovergestelde van je. Daarom is dit de belangrijkste vraag die je jezelf kunt stellen, en daarom heb je die kolom in je journaal nodig.
- De trades die je volgens je regels nam, vallen tegen
- Je uitkomst lijkt op je backtest, en die was te optimistisch
- Het gebeurt op meerdere markten tegelijk
- Wat je moet doen: terug naar de toets, met verse data
- De trades die binnen je regels vielen, deden het prima
- Het verlies zit in de trades waarvan je zelf noteerde dat je afweek
- Het gebeurt vooral op drukke dagen of na een verlies
- Wat je moet doen: niets aan je regels veranderen
Wat je met die cijfers doet
Meten is pas de helft. De andere helft is een vast moment waarop je terugkijkt, want anders vul je drie weken netjes in en daarna niet meer.
- Elke vrijdag een kwartier
Je trades van die week langs, en één vraag: welke had ik volgens mijn eigen regels niet mogen nemen? Niet welke verloor, maar welke niet in je plan paste.
- Elke maand naar de verdeling
Hoe staan je setups ervoor, en verschuift er iets? Dit is te vroeg om regels om te gooien en op tijd om te zien waar het heen gaat.
- Elk kwartaal naast je backtest
Wat de toets zei tegenover wat er werkelijk gebeurde. Loopt dat uiteen, dan ligt het bijna altijd aan de uitvoering en niet aan de opzet.
- En pas dan iets veranderen
Eén ding tegelijk, en opschrijven wanneer je het veranderde. Twee dingen tegelijk aanpassen betekent dat je achteraf niet weet welke het deed.
Waar het misgaat
De grootste fout is te snel concluderen. Vijf verliezen achter elkaar voelt als bewijs dat je opzet stuk is, en bij een verhouding van één op vier is het gewoon een dinsdag. Gebruik de simulator om te zien hoe lang een slechte reeks bij jouw eigen getallen kan duren, voordat je iets omgooit.
En pas op met te veel meten. Twintig statistieken bijhouden voelt grondig en leidt tot verlamming, want er is altijd wel één die tegenvalt. Vier getallen en één vraag over jezelf zijn genoeg, en die vijf moet je dan ook echt gebruiken.
Wat onze leden hierover vragen
Veelgestelde vragen
Na hoeveel trades weet ik of mijn opzet werkt?
Onder de honderd is bijna alles ruis, en ook daarboven blijft de spreiding groot. Je verhouding stabiliseert het snelst; je trefkans het traagst. Gebruik de simulator om te zien hoe breed de waaier is bij jouw aantallen.
Welke cijfers houdt het journaal zelf bij?
Je verhouding, je trefkans, je cumulatieve R en je grenzen, automatisch zodra je een trade afsluit. Wat jij toevoegt is welke setup het was en of je je aan je plan hield. Dat is een paar tellen per trade.
Wat als ik nog maar weinig trades heb?
Dan zeggen je cijfers nog weinig, en dat is geen probleem zolang je het weet. Begin met de enige vraag die meteen werkt: hield ik me aan mijn plan? Die kun je vanaf je eerste trade beantwoorden.
Moet ik mijn trades met screenshots bijhouden?
Het helpt, vooral in het begin. Een grafiek van het moment zelf laat je later zien wat je toen dacht te zien, en dat is bijna altijd iets anders dan wat je je herinnert.
Hoe vaak mag ik mijn strategie aanpassen?
Zo min mogelijk, en nooit halverwege een reeks. Eén ding tegelijk, met de datum erbij, en pas nadat je genoeg trades hebt om te weten dat het aan de opzet ligt en niet aan de uitvoering.