Vier fasen, en wat er in elke fase gebeurt
Waarom schuld de golf maakt
In een economie zonder schuld kun je maar op twee manieren groeien: door betere techniek en doordat er meer mensen werken. Dat gaat langzaam en het gaat vrij gelijkmatig.
Met schuld erbij kan het veel sneller. Je haalt uitgaven naar voren, en daarmee ook de productie en de banen die daarbij horen. Maar wat je naar voren haalt, haal je bij later weg. Er komt een moment waarop er meer afgelost dan geleend wordt, en dan gaat dezelfde hefboom de andere kant op.
Daar zitten twee golven in elkaar: een korte van een paar jaar die vooral door centrale banken wordt aangestuurd, en een veel langere die generaties beslaat. De korte is de enige waar je als handelaar iets mee kunt; de lange is interessant om te weten en waardeloos om op te handelen.
Wat er per fase beweegt
Dit is het bruikbare deel, en tegelijk het deel waar je voorzichtig mee moet zijn. Historisch bewegen bepaalde soorten markten mee met bepaalde fasen, en dat is geen wet maar een neiging.
De markt loopt op de economie vooruit, en dat is de belangrijkste zin van deze pagina. Koersen bewegen op wat men verwacht, niet op wat er nu gemeten wordt. Daarom draait de markt vaak terwijl het nieuws nog slecht is, en piekt hij terwijl iedereen optimistisch is.
Waar je in de gaten houdt welke fase het is
- De inflatiecijfers
Loopt de geldontwaarding op of af, en hoe snel. Dit is het cijfer waar een centrale bank het hardst op reageert, en het komt maandelijks.
- De werkloosheid en de banencijfers
De tweede helft van de opdracht van een centrale bank. Deze lopen achter op de economie, dus ze bevestigen eerder dan dat ze voorspellen.
- De stemmingsindexen bij inkopers
Maandelijkse enquêtes onder inkoopmanagers over of ze meer of minder verwachten te bestellen. Die lopen juist vóór de economie uit, en dat maakt ze bruikbaar.
- De rentecurve
De vorm van de lijn uit het vorige stuk. Van alle vier is dit de aanwijzing die het verst vooruitkijkt.
Waar het misgaat
De grootste valkuil is de fase achteraf benoemen en dan denken dat je hem vooruit kunt zien. Op een grafiek van tien jaar terug zijn de fasen glashelder; op de dag zelf zijn ze dat nooit. Wie zeker weet in welke fase we zitten, heeft meestal het einde van de vorige gemist.
En verwar de economie niet met de markt. Ze bewegen niet tegelijk en soms zelfs tegen elkaar in, omdat de markt de toekomst inprijst en de cijfers het verleden meten. Een slechte economie met een stijgende beurs is geen tegenspraak maar het normaalste van de wereld.
Veelgestelde vragen
Kan ik hiermee de markt timen?
Nee, en je moet het ook niet proberen. De fasen duren maanden tot jaren en de grenzen zijn pas achteraf scherp. Gebruik het om te weten waar je moet kijken, niet wanneer je moet instappen.
Waar vind ik die cijfers?
Allemaal gratis: statistiekbureaus publiceren de inflatie en de werkgelegenheid, en de stemmingsindexen worden maandelijks gepubliceerd met een agenda erbij. Het werk zit niet in het vinden maar in het naast elkaar leggen.
Geldt dit voor elk land?
De vorm wel, de timing niet. Landen zitten niet tegelijk in dezelfde fase, en juist dat verschil is wat valuta en de verhouding tussen markten beweegt.
Hoe verhoudt dit zich tot de zes instrumenten?
Dit is de achtergrond bij het instrument over macro-economie. De zes vertellen je wat er nu gemeten wordt; de cyclus vertelt je in welk hoofdstuk je zit. Zonder de zes is het te vaag om iets mee te doen.
Moet ik dit dagelijks bijhouden?
Nee. Eén keer per maand als de nieuwe cijfers binnenkomen is meer dan genoeg. Dit is de traagste laag die er is.